Documentaire storytelling vs. bedrijfsfilm: welke vorm past bij jouw verhaal?

De vorm die je kiest bepaalt vanuit welk perspectief je vertelt, hoeveel controle je vooraf hebt en hoe de kijker zich tot je verhaal verhoudt.

Soms heb je behoefte aan duidelijkheid en overzicht.

Soms wil je juist dat iemand iets ervaart voordat je het uitlegt.

Beide vormen kunnen goed werken.

De interessante vraag is daarom niet:

Welke vorm is beter?

Maar:

Wat moet jouw film voor de kijker doen?

Wat is een traditionele bedrijfsfilm?

Een bedrijfsfilm begint meestal bij de organisatie.

Wie zijn we?

Wat doen we?

Waar geloven we in?

Voor wie werken we?

Waarom maken we verschil?

Daar is op zichzelf niets mis mee.

Sterker nog: wanneer je in korte tijd duidelijk wilt maken wat een organisatie doet, kan deze vorm heel effectief zijn.

Je ziet bijvoorbeeld medewerkers aan het werk, hoort een directeur of collega vertellen over de missie en krijgt verschillende onderdelen van de organisatie te zien.

De boodschap staat meestal vooraf redelijk vast.

Daardoor kun je de productie goed sturen.

Je weet welke onderwerpen aan bod moeten komen, welke locaties belangrijk zijn en welke boodschap iemand na afloop moet begrijpen.

Een bedrijfsfilm werkt goed wanneer je vooral wilt:

  • uitleggen wie je bent;

  • diensten of werkzaamheden laten zien;

  • verschillende onderdelen van een organisatie samenbrengen;

  • nieuwe klanten, medewerkers of partners introduceren tot je organisatie;

  • een duidelijke en gecontroleerde boodschap communiceren.

De organisatie is daarbij meestal zelf de hoofdpersoon.

En soms is dat precies wat nodig is.

Wat bedoelen we met documentaire storytelling?

Documentaire storytelling begint op een andere plek.

Niet:

Wat willen wij vertellen?

Maar:

Wie kan ons dit laten ervaren?

In plaats van de organisatie centraal te zetten, zoeken we naar mensen die het onderwerp persoonlijk beleven.

Iemand die ons toegang geeft tot een wereld die we anders misschien niet zouden zien.

De organisatie kan nog steeds een belangrijke rol spelen.

Maar zij hoeft niet voortdurend uit te leggen waarom haar werk betekenisvol is.

Dat kan het verhaal zelf laten zien.

Het verschil zit niet alleen in hoe het eruitziet

Een documentaire film hoeft niet korrelig, handheld of langzaam te zijn.

En een bedrijfsfilm hoeft niet strak en gelikt te voelen.

Het echte verschil zit dieper.

Het gaat om waar de film zijn waarheid vandaan haalt.

Bij een klassieke bedrijfsfilm ligt de boodschap meestal grotendeels vóór de productie vast.

Bij documentaire storytelling begint de maker met een richting, maar blijft er ruimte om tijdens research, gesprekken en opnames iets te ontdekken.

Dat verschil beïnvloedt het hele proces.

Bedrijfsfilm

Vertrekpunt: organisatie en boodschap
Hoofdpersoon: vaak het bedrijf zelf
Controle: relatief hoog
Structuur: vooraf goed te plannen
Interviews: beantwoorden belangrijke communicatiedoelen
Doel: informeren, positioneren, overtuigen

Documentaire storytelling

Vertrekpunt: mens, ervaring of vraag
Hoofdpersoon: iemand die het onderwerp werkelijk beleeft
Controle: bewust iets lager
Structuur: ontstaat deels tijdens research en productie
Interviews: bedoeld om te ontdekken
Doel: betrekken, laten voelen, perspectief veranderen

Geen van beide is automatisch beter.

Maar ze creëren wel een andere relatie met de kijker.

Wanneer informatie niet genoeg is

Stel dat een organisatie zich inzet voor jongeren die moeite hebben om aansluiting te vinden bij het onderwijs.

Je kunt een bedrijfsfilm maken.

De organisatie legt uit wat het probleem is. Een programmamanager vertelt wat ze aanbieden. We zien jongeren deelnemen aan activiteiten. Aan het einde horen we iets over resultaten.

Duidelijk.

Maar stel dat je begint bij één jongere.

We zien zijn ochtend.

Horen wat er op school gebeurde.

Ontdekken waarom hij ergens mee stopte.

En vervolgens wat er veranderde toen hij iemand ontmoette die anders naar hem keek.

Het programma is nog steeds onderdeel van het verhaal.

Maar onze aandacht ligt ergens anders.

Niet bij:

Wat biedt deze organisatie aan?

Maar bij:

Wat betekent het in iemands leven wanneer iemand op het juiste moment gezien wordt?

Dat is een ander soort communicatie.

De kijker begrijpt niet alleen wat de organisatie doet.

Hij kan voelen waarom het ertoe doet.

Wie wil je dat de held van het verhaal is?

Dat vind ik een van de nuttigste vragen bij het kiezen tussen een bedrijfsfilm en documentaire storytelling.

Wie is de hoofdpersoon?

Als het antwoord is:

Onze organisatie.

dan past een bedrijfsfilm waarschijnlijk goed.

Als het antwoord is:

De mensen voor wie wij dit doen.

dan wordt een documentaire benadering interessanter.

Organisaties die werken aan maatschappelijke verandering zeggen vaak dat mensen centraal staan.

Maar in hun communicatie staat vervolgens alsnog vooral de organisatie centraal.

Documentaire storytelling kan dat perspectief omdraaien.

Niet:

Kijk eens wat wij doen.

Maar:

Kijk eens wat hier gebeurt.

Dat voelt subtieler.

En vaak geloofwaardiger.

Hoeveel controle heb je nodig?

Dit is misschien wel het grootste praktische verschil.

Bij een bedrijfsfilm kun je vooraf veel bepalen.

Je kunt teksten voorbereiden.

Quotes uitstippelen.

Locaties kiezen.

Een storyboard maken.

En precies vastleggen welke onderwerpen in de film moeten voorkomen.

Dat geeft zekerheid.

Bij documentaire storytelling lever je bewust iets van die zekerheid in.

Je doet research.

Je voert voorgesprekken.

Je ontwikkelt een duidelijke verhaalrichting.

Maar vervolgens moet je ook luisteren naar wat er werkelijk gebeurt.

Misschien vertelt iemand iets onverwachts.

Misschien blijkt een andere persoon interessanter dan aanvankelijk gedacht.

Misschien zit de emotionele kern van het verhaal ergens anders dan de organisatie vooraf vermoedde.

Dat betekent niet dat je zonder plan gaat filmen.

Juist documentaire storytelling vraagt veel voorbereiding.

Alleen bereid je je niet voor om de werkelijkheid te controleren.

Je bereidt je voor om haar beter te kunnen herkennen.

Een documentaire is niet hetzelfde als improviseren

Het woord documentaire roept soms het beeld op van een filmmaker die maar wat gaat draaien en later ontdekt wat hij heeft.

Dat is niet hoe ik het zie.

Een sterke documentaireproductie begint juist ruim vóór de camera aangaat.

Met vragen als:

  • wie willen we bereiken?

  • welk onderwerp onderzoeken we?

  • wie kan ons daarin meenemen?

  • wat staat er voor die persoon op het spel?

  • waar zit verandering?

  • welke situaties kunnen we observeren?

  • wat weten we nog niet?

  • welke vraag moet de film uiteindelijk bij de kijker beantwoorden?

Die research vormt een raamwerk.

Maar binnen dat raamwerk blijft ruimte voor werkelijkheid.

En precies daar ontstaat vaak iets dat je nooit volledig had kunnen scripten.

Geloofwaardigheid versus controle

Een perfect gecontroleerde boodschap kan soms ook perfect gecontroleerd vóélen.

Een kijker merkt wanneer iemand een zin al meerdere keren heeft gerepeteerd.

Of wanneer iedere quote precies aansluit op de volgende marketingboodschap.

Dat hoeft niet direct verkeerd te zijn.

Maar bij onderwerpen waarbij vertrouwen, menselijkheid of maatschappelijke impact belangrijk zijn, kan die gepolijste vorm juist afstand creëren.

Documentaire storytelling accepteert iets meer imperfectie.

Iemand die naar woorden zoekt.

Een stilte.

Een antwoord dat ingewikkelder is dan verwacht.

Een moment waarop niet alles netjes wordt opgelost.

Juist daardoor ontstaat geloofwaardigheid.

De werkelijkheid hoeft niet altijd efficiënt te communiceren.

Wanneer werkt een bedrijfsfilm juist beter?

Documentaire storytelling is geen oplossing voor alles.

Soms heeft een kijker vooral behoefte aan duidelijkheid.

Stel dat je in negentig seconden moet uitleggen wat een technisch bedrijf doet, welke diensten er zijn en waarom een opdrachtgever contact zou moeten opnemen.

Dan kan een lange zoektocht naar een menselijk karakter juist onnodig zijn.

Een bedrijfsfilm kan sterker zijn wanneer:

  • je aanbod uitleg nodig heeft;

  • meerdere bedrijfsonderdelen zichtbaar moeten worden;

  • je een employer-brandingfilm maakt;

  • je vooral naamsbekendheid of positionering wilt vergroten;

  • de film breed en langdurig inzetbaar moet zijn;

  • je veel concrete informatie wilt overbrengen.

Het probleem is dus niet de bedrijfsfilm.

Het probleem ontstaat wanneer we een bedrijfsfilm maken terwijl het echte doel emotionele betrokkenheid is.

Wanneer zou ik documentaire storytelling kiezen?

Ik zou richting documentaire storytelling bewegen wanneer je film draait om onderwerpen zoals:

  • maatschappelijke verandering;

  • persoonlijke ontwikkeling;

  • cultuur en identiteit;

  • duurzaamheid;

  • zorg en welzijn;

  • onderwijs;

  • publieke dienstverlening;

  • inclusiviteit;

  • menselijk vakmanschap;

  • sociale innovatie;

  • gemeenschappen;

  • verandering binnen organisaties.

Vooral wanneer je doelgroep niet alleen iets moet weten, maar ook iets moet begrijpen of voelen.

Daar ligt de kracht van een persoonlijk perspectief.

En wat als je beide nodig hebt?

Gelukkig hoef je niet altijd te kiezen.

Sommige van de interessantste producties zitten juist tussen beide vormen in.

Je kunt documentaire storytelling gebruiken als hart van de film en tegelijkertijd voldoende context geven over de organisatie.

Bijvoorbeeld:

we beginnen met één persoon;

leren zijn wereld kennen;

ontdekken een probleem;

zien hoe een organisatie daarin een rol speelt;

en eindigen met voldoende context om te begrijpen hoe het grotere geheel eruitziet.

Dan wordt het geen bedrijfsfilm waarin toevallig een mens voorkomt.

Maar ook geen documentaire waarin de opdrachtgever volledig onzichtbaar blijft.

De organisatie krijgt een rol in het verhaal.

Alleen niet automatisch de hoofdrol.

Dat verschil vind ik belangrijk.

Ook de cinematografie verandert

De verhaalvorm heeft invloed op hoe ik film.

Bij een klassieke bedrijfsfilm kun je relatief veel situaties organiseren.

Mensen lopen door ruimtes.

Een medewerker voert een handeling uit.

Een team bespreekt iets.

We creëren bewust beelden die bepaalde informatie ondersteunen.

Bij documentaire storytelling probeer ik daarnaast momenten te vinden die ook zonder opdracht zouden bestaan.

Iemand die zich voorbereidt.

Een interactie met een collega.

Een bepaalde routine.

Een kleine reactie.

Een plek die betekenis heeft.

Dat vraagt soms meer geduld.

Maar het geeft ook beelden die niet alleen illustreren wat iemand zegt.

Ze vertellen zelf iets.

Welke vraag wil je dat de kijker na afloop stelt?

Nog een manier om de juiste vorm te kiezen:

Stel je voor dat de film afgelopen is.

Wat wil je dat iemand denkt?

Bij een bedrijfsfilm kan dat zijn:

Nu begrijp ik wat deze organisatie doet.

Dit lijkt me een interessante werkgever.

Ik weet waarvoor ik hier terechtkan.

Bij documentaire storytelling kan dat eerder zijn:

Ik had nooit op die manier naar dit onderwerp gekeken.

Ik begrijp nu beter wat dit voor iemand betekent.

Dat verhaal blijft bij me.

Misschien moet ik mijn beeld hierover herzien.

Dat tweede type reactie is moeilijker te meten.

Maar voor organisaties die werken aan cultuur, gedrag of maatschappelijke verandering kan het juist de meest waardevolle zijn.

Stel jezelf deze vijf vragen voordat je kiest

1. Moet de kijker vooral begrijpen of ervaren?

Begrijpen: bedrijfsfilm kan goed werken.
Ervaren: documentaire storytelling wordt interessanter.

2. Is de organisatie zelf het interessantste onderdeel van het verhaal?

Ja: bedrijfsfilm.
Nee, vooral de mensen rondom het onderwerp: documentaire benadering.

3. Staat de boodschap volledig vast?

Ja: een meer gescripte productie geeft controle.
Er is nog iets te ontdekken: documentaire storytelling.

4. Hoe belangrijk is vertrouwen?

Hoe gevoeliger, persoonlijker of maatschappelijker het onderwerp, hoe waardevoller echte ervaringen en nuance vaak worden.

5. Wat moet er na de film veranderen?

Moet iemand weten wie je bent?

Of anders kijken naar het onderwerp?

Daar zit waarschijnlijk je antwoord.

Voor mij begint de keuze niet bij het format

Ik begin liever met een andere vraag:

Wat is het verhaal dat alleen film op deze manier kan vertellen?

Misschien vraagt dat om een heldere bedrijfsfilm.

Misschien om een intiem videoportret.

Misschien om een korte documentaire.

Of om een combinatie daarvan.

De vorm volgt het verhaal.

Niet andersom.

Want uiteindelijk is de beste video niet de film die perfect binnen een bepaalde categorie past.

Het is de film die doet wat hij moet doen.

Iemand informeren wanneer informatie nodig is.

Iemand raken wanneer emotie nodig is.

En soms:

iemand voor een paar minuten door de ogen van een ander laten kijken.

Daar begint voor mij storytelling.

Twijfel je tussen een bedrijfsfilm en documentaire storytelling?

Soms weet je dat er een film gemaakt moet worden, maar nog niet welke vorm het verhaal nodig heeft.

Dat is een prima plek om te beginnen.

Spective ontwikkelt documentaires, videoportretten en storytelling videoproducties vanuit Rotterdam voor organisaties die complexe, menselijke of betekenisvolle verhalen willen vertellen.

We beginnen bij het doel, de mensen en het perspectief.

Daarna bepalen we welke vorm daar het beste bij past.

Vorige
Vorige

Hoe vindt je de juiste hoofdpersoon?